Vandaag ging ik boodschappen doen. Niet dat dat zo uniek is trouwens, want heel Nederland is regelmatig, al dan niet elke dag, in de supermarkt. Ik heb een ‘gevuld’ leven dus ik doe dit soort dingen altijd het liefst in sneltreinvaart. Even snel was het idee, maar ik eindigde in een situatie waarin ik me een soort van zalm op de vismarkt in Seattle voelde. Ik ben namelijk op geen enkele andere vismarkt geweest, vandaar.

Ik trok mijn zwarte canvas shoppingbag van Lush met een print “Fighting animal testing” van de kapstok en spring op mijn fiets. Ik ben trouwens gek op die tas. Het voelt altijd alsof ik “iets” doe, omdat er een soort billboard onder mijn oksel hangt. Onderweg handelde ik nog wat WhatsApp correspondentie af, probeer mezelf op de rechterhelft van het fietspad te houden en sta nadat ik bergop onder een viaduct door ben gereden bijna stil. Misschien vergat ik de trappen. Anyway, voor appen op de fiets ben ik ook niet echt geboren zeg maar.

Met lawaai voor 10 liep ik door de supermarkt

Bij de winkel pak ik een mandje met wielen. De dingen die ik tref zijn trouwens altijd van die onmogelijk lawaai makende, vastlopende trekbakken. Waarbij je je bij elke meter afvraagt waar de rest van de fanfare blijft. Ik pak mijn lijstje en kwam tot de conclusie dat er op “brood” na, niets opstaat. Ik winkel trouwens  in systemen. Eerst loop ik door de winkel en pak alles wat nodig is om in leven te blijven. ‘Maaltijddingen’ noem ik ze. Daarna doe ik nog een rondje en dan kies ik dingen die ik niet nodig heb, maar eigenlijk ook weer wel. Ja ik besef me dat dit verwarrend klinkt. Maar ik bedoel van die dingen die nodig zijn om mentaal in leven te blijven…

Toen ik bij de kassa kwam en mijn portemonnee zocht graaide ik wanhopig in mijn zwarte canvas shopper, maar geen teken van geld. Ik bied mijn excuses aan aan de caissière die mijn boodschappen bij de kassa neerlegt. Er staat een man achter me te zuchten, ik draai me om en lach lief. Ik spreek met de caissière af dat ik mijn portemonnee op ga halen en over een minuut of 30 terug ben.

Zo gezegd, zo gedaan.

Ik verliet de winkel zonder te betalen en spring op mijn fiets.

Thuis pik mijn portemonnee op en fiets dezelfde weg terug.

Dit keer in een tempo maal twee ten opzichte van 30 minuten geleden ;)

Toen ik de supermarkt binnenkwam stuitte ik op 2 personeelsleden die wat nieuw “spul” in de schappen aan het leggen waren. Ik liep door naar kassa 3, waar mijn spullen lagen geparkeerd en zag dat de kassa gesloten was. Ik liep terug naar de 2 personeelsleden die ik bij binnenkomst had gezien en vroeg ze of ze me wilden helpen mijn spulletjes te pakken zodat ik in de rij kon gaan staan om af te rekenen.

Plaatsvervangende schaamte…

Wat er toen gebeurde? De vrouwelijke medewerker deed haar mond open en riep op een volume van 100 dB “MARIJEEEEEEEEHHHHH JE KLANT DIE HAAR PORTEMONNEE WAS VERGETEN IS TERUG” Maar geloof me, het galmde door elk gangpad. Ik trok mijn mondhoeken omhoog en glimlachte naar alle blikken die ineens op mij gericht waren. Heel even stond ik ongevraagd midden in de belangstelling en voelde ik me ietwat ongemakkelijk. Beetje als een zalm op de fish market in Seattle.

Terwijl ik sta te wachten vang ik een gesprek op tussen de twee medewerkers. De vrouw met de ietwat luide stem staat te zwaaien met een pak vacuüm gezogen worsten en zegt tegen haar mannelijke collega: “Dit is trouwen best handig voor, tja, voor gewoon een keer”. De man kijkt op uit zijn bestelboek, glimlacht en zegt: “Nee daar is echt niks mis mee hoor”.

Mijn ogen worden groot en het enige wat ik denk ik: “NIKS MIS MEE, NIKS MIS MEE??????” Je zwaait met dode dieren! Vacuüm getrokken dode dieren in een pakje die dienst doen voor ‘gewoon een keertje’. Ik voelde me boos worden, maar ik hield mijn mond. Een gesprek was waarschijnlijk op niets uitgedraaid. Ik merk dat ik in dit soort situaties nog niet goed weet wat te doen. Spread the word or swallow the anger.

vacuüm gezogen biggetjes

Ik besef me goed dat een pak vacuüm gezogen worstjes niet lijkt op baby varkentje van 6 maanden oud, maar ze zit er wel in. Walgelijk en ik word misselijk van het idee. Vanaf het moment dat ik besefte dat de varkens die ik at, gewoon baby’s zijn van een half jaar oud met gevoel en een hart. Toen ik me dit besefte legde ik andere associaties met de voeding die ik at.

Een varken is geen worst, een varken is geen bacon, een varken is niet een varkenshaasje met champignon roomsaus. Een varken is geen plakje ham op je broodje gezond en een varken is geen kilobak gehakt voor door je macaroni. Die bakken vlees ware lieve baby dieren. Dieren met gevoel en een hart net als jij, ik je paard, hond of kat. What’s the difference.

En what's next als we zo doorgaan?

Hondengehakt? Kattenleverworst? Cavia kaviaar? Waarom zij wel en zij niet?!

Jenneke Wever | vegan to be

Jenneke Wever

Brand Designer | vegan-to-be

Brandboss, creative soul, ondernemer, coffeejunk en dwarsdenker. Als brand designer is ze gespecialiseerd in het ontwikkelen van merkstrategieën en creatieve identiteiten voor independent brands. Voor Seeds duikt ze in de wereld van vegan lifestyle, fashion & design merken en schrijft ze over haar rocky road naar een vegan lifestyle.

// Facts

9 artikelen 0 reacties

// Lees blogs

Deel dit artikel

// Praat Mee

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *